De aandeelhouders, samen goed voor zo'n 1,32 miljard dollar aan Amazon-kapitaal, vragen het bedrijf om een onafhankelijk onderzoek te voeren naar de vraag of er mensenrechten geschonden worden wanneer overheidsdiensten de gezichtsherkenning gebruiken. Het voorstel wordt georganiseerd door de non-profit OpenMIC, die eerder al activistische aandeelhouders verenigde tegen Google's proefproject om een gecensureerde zoekmachine te bouwen voor China.

Kop van jut is de gezichtsherkenningstool van Amazon, genaamd Rekognition. Die tool kreeg eerder al kritiek van mensenrechtengroepen zoals de American Civil Liberties Union, omdat ze vooringenomen zou zijn. De software wordt door Amazon aan lokale politiediensten verkocht, en het bedrijf stelt de software ook voor aan immigratiediensten en de douane. Dat laatste riep dan weer vragen op bij werknemers van het bedrijf.

Volgens Amazon zelf is er alvast niets aan de hand, en is de software die ze verkoopt "waardevol" voor het politiewerk. OpenMIC hoopt dat er rond de problematiek een stemming komt bij de volgende aandeelhoudersvergadering.

Het is alvast de zoveelste keer dat techgiganten onder vuur komen, bij werknemers, aandeelhouders en klanten, om hun grote contracten met overheden. De vrees voor misbruik van kunstmatige intelligentie en schending van mensenrechten zit er dan ook dik in, zeker in het momenteel turbulente politieke landschap van de VS. Het schandaal waarbij grenspolitie kinderen van immigranten scheidde van hun ouders zorgde bijvoorbeeld voor protest bij Salesforce, dat contracten heeft met de Amerikaanse grenspolitie. Rond dezelfde tijd vroegen medewerkers ook aan Microsoft om het contract met immigratiepolitiedienst ICE stop te zetten.