De Britse geheime diensten gaan vaker en op grotere schaal gegevens aftappen in het buitenland, schrijft The Guardian. De krant verwijst naar een brief van Ben Wallace, de minister van veiligheid, die op de website van het Britse parlement geplaatst werd. De brief is gericht aan Dominic Grieve, hoofd van inlichtingendienst GCHQ.

Bij ons staat de GCHQ vooral bekend omwille van de Belgacom-hack. In 2011 raakte de geheime dienst binnen in het netwerk van Belgacom (de voorloper van Proximus) door enkele werknemers te hacken, waarna het in staat was de communicatie van de Belgacom-klanten te onderscheppen.

Vandaag bieden sommige berichtenapps end-to-end-encryptie aan. Dat is een doorn in het oog van inlichtingendiensten, voor wie het moeilijker geworden is om communicatie te onderscheppen. In het verleden ventileerden Britse regeringsleiders al meermaals hun frustraties over techbedrijven die tolereren dat terroristen en pedofielen via hun platformen in het geheim met elkaar kunnen communiceren.

Recent kwamen twee directeurs van de GCHQ met een voorstel: ze willen gesprekken in versleutelde chatapps kunnen afluisteren zonder dat de encryptie voor iedereen moet afgezwakt worden. Daarbij erkenden ze de bezorgdheden rond massa-spionage en benadrukten ze dat de ontwikkelaars van die apps hen enkel toegang moeten geven tot de communicatie van individuele doelwitten.

Uit de brief van de Britse minister van veiligheid blijkt nu een omgekeerde redenering: door encryptie zijn gerichte hacks op individuele doelwitten niet langer effectief en daarom zijn er steeds meer grootschalige hacks nodig.

Wallace verwijst naar de Investigatory Powers Act, de controversiële wet die Groot-Brittannië in 2016 heeft aangenomen. Hij merkt op dat na de invoering van de wet de communicatiemiddelen geëvolueerd zijn, "vooral de hardware-apparaten en de softwaretoepassingen die moeten getarget worden." "Na een evaluatie van de huidige operationele en technische realiteit heeft GCHQ haar standpunt herbekeken en vastgesteld dat het noodzakelijk zal zijn om haar overzeese activiteiten uit te breiden." Volgens Wallace is die interpretatie in lijn met de wet uit 2016.

Hij stelt ook dat het niet altijd mogelijk is om de inbreuken op de privacy te voorzien op het moment dat een bevelschrift wordt uitgegeven. In plaats daarvan zal de impact van een hack door de inlichtingendienst pas achteraf onderzocht worden.

Hannah Couchman, adviseur van mensenrechtenorganisatie Liberty, noemt de situatie 'alarmerend'. "Toen de wetgeving door het parlement ging, waren er nog garanties dat de inlichtingendiensten deze interventies spaarzaam zouden gebruiken", stelt ze in The Guardian. "Iets wat toen de uitzondering was, wordt nu de norm en dat is zeer problematisch."